Jurisprudentie

 

Jurisprudentie over het bewijsbeslag op grond van artikel 1019 Rv.

 

In de jurisprudentie over het bewijsbeslag in intellectuele eigendomszaken wordt veelal benadrukt dat het recht om bewijsbeslag te mogen leggen niet automatisch inhoudt dat er daarmee eveneens een recht op inzage ontstaat. Om de belangen (privacy, bedrijfsgeheimen) van de tegenpartij te beschermen is de juridische procedure van het bewijsbeslag (net als bij het bewijsbeslag op grond van artikel 843a Rv.) opgesplitst in twee gedeeltes: een beslagprocedure en een inzageprocedure. Bij de inzageprocedure krijgt de wederpartij immers de kans om te worden gehoord, oftewel haar bezwaren naar voren te brengen.

 

In een aantal gevallen is het bewijsbeslag achteraf wel eens afgewezen omdat de verzoekende partij reeds inzage in de stukken verkreeg voordat er een inzageprocedure was opgestart. In de zaak Astellas/ Synthon (LJN: BB7448) bijvoorbeeld. De rechter heeft hierbij nogmaals benadrukt dat het bewijsbeslag uitsluitend bedoeld is om bewijsstukken veilig te stellen. Het is niet de bedoeling dat de beslaglegger de mogelijkheid krijgt om inhoudelijk kennis te nemen en daarover de beschikking te verkrijgen. Het is na beslaglegging aan de bodemrechter om (na debat) te beslissen wat er met de in beslaggenomen stukken moet gebeuren.

Jurisprudentie over het bewijsbeslag op grond van artikel 843a Rv

 

In de door het LOVC in de beslagsyllabus aangehaalde uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden in 2009 (4 augustus 2009, LJN: BJ4901) kent enkel “artikel 843a Rv. geen bevoegdheid toe tot beslaglegging, laat staan tot het doorzoeken van een woning”, aldus de rechter. Artikel 730 Rv. betreft volgens het Hof conservatoir beslag tot afgifte van zaken en goederen als zodanig en zou niet aansluiten op artikel 843a Rv, “dat immers geen vorderingsrecht tot afgifte of levering toekent”. Een bewijsbeslag zou derhalve niet op deze artikelen kunnen worden gebaseerd. Het Hof heeft het beslag vervolgens opgeheven. Het LOVC heeft dan ook naar aanleiding van deze uitspraak de beslagsyllabus gewijzigd ten nadele van het ‘843a beslag’.

 

De laatstgenoemde uitspraak wordt vaak aangehaald door tegenstanders van het conservatoir beslag op grond van artikel 843a Rv. Indien de uitspraak echter in zijn geheel wordt gelezen gaat de opheffing van het beslag ons inziens niet zozeer over de afwijzing van het ‘843a beslag’ op zichzelf, maar over de afwijzing van de uitvoering van het beslag. Bij deze beslaglegging zijn namelijk een aantal specifieke misstappen begaan waardoor volgens Riscon de rechter eerder bedoeld ‘als je het beslag op deze manier uitvoert, dan wordt het onrechtmatig’. De fouten die bij de uitvoering van het beslag zijn gemaakt, druisen in tegen een aantal wettelijke voorwaarden zoals het vereiste van de specifieke bepaalde bescheiden van 843a Rv. Zo werd bij de betreffende beslaglegging door verhuizers ook niet relevante (privé) informatie in beslag genomen en verkreeg de verzoekende partij inzage in de in beslag genomen bescheiden, nog voordat de rechter zich hierover had uitgesproken.

 

De rechtbank in Rotterdam (3 september 2009, LJN: BJ7141) gaf in datzelfde jaar een andere zienswijze. Volgens deze rechter betekent het feit dat voor niet-intellectuele eigendomszaken geen expliciete regeling in de wet is opgenomen niet dat bewijsbeslag in het algemeen niet is toegestaan. Hierbij achtte de rechter onder meer van belang dat de inhoud van de in beslaggenomen bescheiden niet ter kennis van de beslaglegger mag worden gebracht en dat de originele in beslag genomen bescheiden moeten worden geretourneerd aan beslagene na het maken van de kopieën.

 

Het gerechtshof in den Haag (LJN: BQ1725) deelt deze mening op 29 maart 2011 en geeft aan dat een beslag buiten IE-zaken mogelijk is, mits voldaan wordt aan alle vereisten van artikel 843a Rv. Benadrukt wordt dat het rechtmatige belang moet worden aangetoond en dat de bescheiden voldoende bepaald moeten worden.

 

Copyright 2011 Riscon | Realisatie: Webdesignkampioen