Artikel 843a Rv

Voor een conservatoir bewijsbeslag dat niet de handhaving van het intellectuele eigendomsrecht als doelstelling heeft, bestaat (nog) geen expliciete grondslag in de wet zoals dat bij artikel 1019b Rv. wel het geval is. Een dergelijk bewijsbeslag wordt in de praktijk voornamelijk gebaseerd op het wetsartikel 843a Rv., die een aanvulling vormt op artikel 1019a Rv.

 

Rechtmatig belang

Volgens artikel 843a Rv. kan “hij, die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Onder bescheiden worden mede verstaan: op een gegevensdrager aangebrachte gegevens”.

De Hoge Raad merkt in zijn arrest in 2000 (HR 18 februari 2000, LJN: AA4877) op dat de Minister van Justitie tijdens de algemene beraadslaging in de Eerste Kamer erop wees dat de exhibitieplicht van art. 843a en 843b Rv. "slaat op de situatie, dat de inhoud van een schriftelijk bewijsmiddel aan een partij in beginsel wel bekend is, maar dat zij het niet in haar bezit heeft" (hoeft dus geen eigendom te zijn van de eiser). Artikel 843a biedt aldus de Hoge Raad niet de mogelijkheid voor het opvragen van documenten waarvan de eiser slechts vermoedt dat zij wel eens steun zouden kunnen geven aan zijn stellingen. De memorie van toelichting (Tweede Kamer, vergaderjaar 1999-2000, 26 855, nr. 3, p.188) wijst met name op de 843a vereisten van een 'rechtmatig belang' en 'bepaalde' bescheiden die 'fishing expeditions' moeten voorkomen en op het nieuw ingevoegde vierde lid, dat een afweging van de belangen van partijen mogelijk maakt.

 

Er is volgens de Memorie van Toelichting een bijzonder belang op vertoning nodig, dat zwaarder weegt dan de andere betrokken belangen. Bij de toepassing van het noodzakelijkheidsvereiste kan worden gewogen of er alternatieve bewijsmiddelen voorhanden zijn, zodat de exhibitieplicht niet hoeft te worden ingesteld en recht wordt gedaan aan processuele gelijkheid. Indien het bewijs niet op een andere manier te achterhalen is dan op dat wat zich bij de tegenpartij bevindt (wat in de praktijk meestal het geval is), kan er sprake zijn van processuele ongelijkheid en is een exhibitieplicht geoorloofd.

 

Specifiek bepaalde bescheiden

 

De werking van artikel 843a Rv. is in 2001 verruimd met betrekking tot de uitleg van het begrip ‘bescheiden’. De voorheen in het artikel genoemde beperking tot ‘onderhandse akten’ werd vervangen door de bepaling dat afgifte gevorderd kan worden van 'bescheiden', waaronder volgens de wetgeschiedenis moet worden verstaan “op een gegevensdrager aangebrachte gegevens”: allerlei geschriften, foto’s, films, geluidsbanden en computer-bestanden.

 

Rechtsbetrekking

 

Er moet voor de rechtmatige inzet van artikel 843a Rv. sprake zijn van een rechtsbetrekking waarin eiser of haar rechtsvoorganger partij is. Bij de behandeling van het wetsontwerp werd naar aanleiding van het reeds eerdergenoemde arrest van de Hoge Raad in 2000 door de minister opgemerkt dat de door het artikel geëiste rechtsbetrekking ook een verbintenis uit de onrechtmatige daad kan zijn.

 

Afgifte van bescheiden

 

Artikel 843a is in beginsel bedoeld als een aanvulling op artikel 21 (waarheidplicht) en artikel 22 (inlichtingenplicht) Rv. Het geeft alleen een vorderingsrecht tot inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden met als doelstelling om deze bescheiden ten behoeve van de bewijsvoering veilig te stellen. Deze vordering biedt echter onvoldoende waarborgen dat de tegenpartij het bewijs niet zal wegmaken. Er wordt namelijk geen afgifte van de bescheiden gevraagd. Om die reden wordt artikel 843a wel gekoppeld aan artikel 730 en artikel 709 lid 3 Rv.

 

Copyright 2011 Riscon | Realisatie: Webdesignkampioen